Niet elke jaarrekening is even uitgebreid. Een buurtbakker legt een paar pagina's neer, een supermarktketen een boekwerk van 60 bladzijden. Dat verschil is geen keuze maar een wettelijke indeling in drie schema's: micro, verkort en volledig. Welk schema uw vennootschap moet neerleggen, hangt af van drie groottecriteria. En wie de jaarrekening van een ander bedrijf leest, moet weten wat elk schema wel en niet toont.
De groottecriteria voor de jaarrekening
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen deelt vennootschappen in op basis van drie cijfers: het jaargemiddelde van het personeelsbestand, de jaaromzet exclusief btw en het balanstotaal. Een vennootschap is klein zolang ze op balansdatum niet meer dan één van de drempels overschrijdt. Overschrijdt ze er twee of drie, dan is ze groot. Binnen de kleine vennootschappen bestaat nog een subcategorie, de microvennootschap, met veel lagere drempels.
| Criterium | Microvennootschap | Kleine vennootschap | Grote vennootschap |
|---|---|---|---|
| Jaargemiddelde personeel | max. 10 | max. 50 | Meer dan één van de drempels voor kleine vennootschappen overschreden |
| Jaaromzet excl. btw | max. 900.000 euro | max. 11.250.000 euro | |
| Balanstotaal | max. 450.000 euro | max. 6.000.000 euro | |
| Schema | Microschema | Verkort schema | Volledig schema |
Deze bedragen gelden voor boekjaren die starten vanaf 1 januari 2024. Daarvoor lagen de drempels lager: 50 werknemers, 9.000.000 euro omzet en 4.500.000 euro balanstotaal voor een kleine vennootschap, en 10 werknemers, 700.000 euro omzet en 350.000 euro balanstotaal voor een microvennootschap. De verhoging van 25 procent is een inflatiecorrectie, waardoor heel wat vennootschappen die net groot geworden waren, opnieuw als klein kwalificeren.
Twee extra voorwaarden voor de microvennootschap: ze mag geen moedervennootschap of dochtervennootschap zijn. En voor moedervennootschappen worden de criteria op geconsolideerde basis berekend, dus samen met de dochters. Een kleine holding met een grote dochter is daardoor zelden klein. Meer daarover in wat is een holding.
De consistentieregel: twee opeenvolgende boekjaren
Een sterk jaar maakt u niet meteen groot, en een slecht jaar niet meteen klein. Het overschrijden of niet meer overschrijden van meer dan één criterium heeft pas gevolgen als het zich gedurende twee opeenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gelden dan vanaf het boekjaar dat volgt op die twee jaren.
Een voorbeeld. Een groothandel heeft in 2024 een omzet van 12 miljoen euro en een balanstotaal van 6,5 miljoen euro: twee criteria overschreden. In 2025 opnieuw. Vanaf boekjaar 2026 is de vennootschap groot en legt ze voor het eerst een volledig schema neer, met een commissaris. Zakt de omzet in 2026 en 2027 weer onder 11,25 miljoen euro, dan wordt ze vanaf 2028 opnieuw klein.
Wat staat er in elk schema?
Hoe groter de vennootschap, hoe meer ze moet tonen. De grote lijnen:
| Onderdeel | Microschema | Verkort schema | Volledig schema |
|---|---|---|---|
| Balans | Samengevat | Samengevat | Volledig, per rubriek |
| Resultatenrekening | Brutomarge, zonder omzet | Brutomarge, zonder omzet | Met omzet en detail van de kosten |
| Toelichting | Minimaal | Beperkt | Uitgebreid (waarderingsregels, schulden, participaties) |
| Sociale balans | Beknopt, enkel met personeel | Beknopt, enkel met personeel | Volledig |
| Jaarverslag | Niet verplicht | Niet verplicht | Verplicht |
| Commissaris (bedrijfsrevisor) | Niet verplicht | Niet verplicht | Verplicht, met controleverslag |
Moedervennootschappen aan het hoofd van een groep van meer dan beperkte omvang leggen daarbovenop een geconsolideerde jaarrekening neer. De schemanamen "volledig", "verkort" en "micro" bestaan sinds 2016. Voor boekjaren vanaf 2024 heeft de Nationale Bank nieuwe XBRL-modellen ingevoerd, maar de drie categorieën blijven dezelfde.
Wat het betekent voor wie de jaarrekening leest
Het grootste verschil voor een lezer is de omzet. Kleine vennootschappen hoeven die niet te publiceren, en de meeste doen dat dan ook niet. Wat u wel krijgt, is de brutomarge (code 9900): omzet plus andere bedrijfsopbrengsten, min de aankopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen, en de diensten en diverse goederen. Bij een dienstenbedrijf met weinig aankopen ligt de brutomarge dicht bij de omzet; bij een groothandel of een bouwbedrijf kan ze maar 15 tot 30 procent van de omzet bedragen. Hoe u toch een inschatting maakt, leest u in omzet van een bedrijf opzoeken.
Een verkort schema bevat ook minder detail in de toelichting: geen uitsplitsing van de schulden naar looptijd per soort, geen lijst van participaties, geen commissarisverslag. Voor een snelle kredietcheck volstaat het meestal, want de balans en de kerncijfers (eigen vermogen, liquiditeit, solvabiliteit) staan er wel in. Lees hoe u een balans leest om die te interpreteren.
Wat het betekent voor de vennootschap zelf
Voor de vennootschap heeft de categorie drie praktische gevolgen.
- Kosten: een volledig schema vraagt meer werk van de accountant, een verplichte commissaris (reken op enkele duizenden euro's per jaar) en hogere neerleggingskosten bij de NBB. Ook de laattijdigheidsbijdrage ligt voor een volledig schema een stuk hoger.
- Privacy: met een verkort schema blijven uw omzet, uw exacte kostenstructuur en uw participaties buiten het zicht van concurrenten en klanten. Voor veel kmo's is dat de belangrijkste reden om onder de drempels te blijven.
- Kredietperceptie: banken en kredietverzekeraars hebben aan een verkort schema minder houvast. Sommige kleine vennootschappen kiezen daarom vrijwillig voor het volledig schema, of voegen de omzet toch toe in het verkort schema. Dat mag altijd: de criteria bepalen het minimum, niet het maximum.
Let ook op de fiscale link: dezelfde definitie van "kleine vennootschap" bepaalt of u in aanmerking komt voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting, de VVPR-bis regeling en een aantal investeringsaftrekken. Van klein naar groot gaan heeft dus meer gevolgen dan enkel een dikkere jaarrekening.
Welk schema legde een bedrijf neer?
Zoek het bedrijf op via Jaarrekening.be en open het tabblad "Jaarrekeningen". Per boekjaar ziet u het gebruikte model of schema, de neerleggingsdatum en de cijfers. Zo weet u meteen of u een omzetcijfer mag verwachten, en of het bedrijf ergens van verkort naar volledig (of omgekeerd) is overgestapt. Die overgang is op zich al informatie: een vennootschap die plots een volledig schema neerlegt, is gegroeid of heeft een commissaris moeten aanstellen.
Op het tabblad "Kerncijfers" staan omzet (als ze gepubliceerd is), brutomarge, personeelskosten en de ratio's over meerdere jaren naast elkaar, ongeacht het schema. Zo hoeft u zelf niet door de codes van de NBB te zoeken. Bedrijven filteren op omzet, personeel of eigen vermogen kan via uitgebreid zoeken.
Samengevat
Klein of groot wordt bepaald door drie criteria (50 werknemers, 11.250.000 euro omzet, 6.000.000 euro balanstotaal), en u verandert pas van categorie na twee opeenvolgende boekjaren. Kleine vennootschappen leggen een verkort schema neer, de allerkleinste een microschema; beide tonen geen omzet maar wel de brutomarge. Grote vennootschappen leggen het volledig schema neer met omzet, jaarverslag en commissaris. Leest u de jaarrekening van een ander bedrijf, check dan eerst welk schema het is, zodat u de juiste cijfers met elkaar vergelijkt.