Cijfers lezen 7 min leestijd

Solvabiliteit berekenen: formule, norm en voorbeeld

Solvabiliteit berekenen: eigen vermogen gedeeld door totaal vermogen. Welke balanscodes u nodig heeft, wat een goede solvabiliteit is en hoe u ze verbetert.

Jaarrekening.be
Solvabiliteit berekenen: formule, norm en voorbeeld

Solvabiliteit is de meest gebruikte ratio om te beoordelen of een bedrijf zijn schulden op lange termijn kan dragen. Banken kijken er als eerste naar, leveranciers zouden dat ook moeten doen. In dit artikel leert u de solvabiliteit berekenen met de formule, de exacte balanscodes uit de Belgische jaarrekening, een uitgewerkt voorbeeld en de richtwaarden om het resultaat te interpreteren.

Wat is solvabiliteit?

Solvabiliteit zegt welk deel van alles wat een bedrijf bezit, betaald is met eigen geld in plaats van met geleend geld. Hoe hoger dat aandeel, hoe groter de buffer om een slecht jaar, een wanbetaler of een rentestijging op te vangen zonder dat de schuldeisers in de problemen komen.

Denk aan een woning van 400.000 euro, gekocht met 100.000 euro spaargeld en 300.000 euro hypotheek: uw "solvabiliteit" is 25%. Daalt de woning 20% in waarde, dan is uw inbreng grotendeels weg, maar de bank krijgt nog altijd haar geld. Precies dat risico wil een kredietgever inschatten.

De formule voor solvabiliteit

De meest gebruikte formule, en de formule die ook op Jaarrekening.be wordt getoond, is deze:

Solvabiliteit (%) = eigen vermogen / totaal vermogen x 100
Totaal vermogen is het balanstotaal: alle activa, of, wat op hetzelfde neerkomt, eigen vermogen plus voorzieningen plus schulden.

Sommige bronnen delen het eigen vermogen door het vreemd vermogen in plaats van door het totaal vermogen. Dat geeft een ander getal (32% wordt dan 47%). Vergelijkt u ratio's van verschillende bronnen, check dan altijd welke noemer werd gebruikt.

Welke balanscodes heeft u nodig?

Beide cijfers staan op de passiefzijde van de balans, in elk schema (micro, verkort en volledig). U hoeft dus niets zelf op te tellen:

  • Eigen vermogen: code 10/15. Dit omvat het kapitaal of de inbreng, de reserves, de overgedragen winst of het overgedragen verlies en eventuele kapitaalsubsidies.
  • Totaal van de passiva: code 10/49. Dit is het balanstotaal, gelijk aan het totaal van de activa (code 20/58).

Weet u niet goed waar die codes staan? In hoe leest u een balans lopen we de hele structuur van activa en passiva door.

Uitgewerkt voorbeeld uit een jaarrekening

Neem een Belgische BV, een installatiebedrijf, met deze passiefzijde op 31 december:

Passiva Code Bedrag
Eigen vermogen 10/15 €320.000
Voorzieningen en uitgestelde belastingen 16 €30.000
Schulden op meer dan één jaar 17 €250.000
Schulden op ten hoogste één jaar 42/48 €400.000
Totaal van de passiva 10/49 €1.000.000

De berekening: 320.000 / 1.000.000 x 100 = 32%. Bijna een derde van het bedrijf is gefinancierd met eigen middelen, de rest met voorzieningen en schulden. Voor een installatiebedrijf is dat een gezonde positie. De schuldgraad is het spiegelbeeld: (30.000 + 250.000 + 400.000) / 1.000.000 = 68%. Solvabiliteit en schuldgraad tellen altijd samen op tot 100%, dus u hoeft er maar één te berekenen.

Wat is een goede solvabiliteit?

Er bestaat geen wettelijke norm. De onderstaande bands zijn richtwaarden die banken en kredietverzekeraars in de praktijk hanteren voor een doorsnee KMO:

Solvabiliteit Beoordeling Wat het betekent
Negatief Alarmbel Het eigen vermogen is negatief: de schulden zijn groter dan de bezittingen. De alarmbelprocedure uit het WVV is van toepassing.
< 15% Zwak Weinig buffer. Eén slecht jaar kan het eigen vermogen wegvegen. Banken vragen extra waarborgen of weigeren krediet.
15% tot 25% Aandachtspunt Aanvaardbaar voor een groeiend of jong bedrijf, maar de evolutie moet opwaarts zijn.
25% tot 40% Gezond De comfortzone voor de meeste banken. Het bedrijf kan tegenslagen opvangen en blijft kredietwaardig.
> 40% Zeer sterk Zeer solide, typisch voor mature bedrijven die jarenlang winst hebben gereserveerd.
De sector bepaalt de norm. Vastgoedvennootschappen en holdings financieren gebouwen of deelnemingen vaak met veel bankschuld tegen onderpand: een solvabiliteit van 20% kan daar perfect normaal zijn. Kapitaalintensieve sectoren zoals transport, industrie of leasing werken met leningen op machines en vloten. Een dienstenbedrijf zonder zware activa zit doorgaans hoger. Vergelijk dus altijd met gelijkaardige bedrijven, niet met een absoluut cijfer.

Een negatief eigen vermogen verdient een aparte vermelding. Het betekent dat de opgestapelde verliezen groter zijn dan wat de aandeelhouders ooit inbrachten. Wat dat juridisch en praktisch betekent, leest u in negatief eigen vermogen: wat betekent het en wat nu?.

Solvabiliteit versus liquiditeit

De twee worden vaak door elkaar gehaald, maar ze beantwoorden een andere vraag:

  • Solvabiliteit kijkt naar de lange termijn: kan het bedrijf zijn totale schuldenlast dragen, ook als het een tijd tegenzit?
  • Liquiditeit kijkt naar de korte termijn: kan het bedrijf de facturen betalen die de komende twaalf maanden vervallen?

Een bedrijf met een prachtig gebouw en weinig schulden kan een solvabiliteit van 60% hebben en toch zijn leveranciers niet kunnen betalen omdat al het geld in stenen zit. Beide ratio's samen geven pas een volledig beeld. De current ratio en quick ratio berekent u in liquiditeit berekenen: current ratio en quick ratio.

De cashflowvariant van de solvabiliteit

Kredietanalisten gebruiken naast de balansformule ook een tweede maatstaf: de terugbetalingscapaciteit, berekend als (nettowinst + afschrijvingen) gedeeld door de totale schulden. Die zegt niet hoeveel eigen geld er in het bedrijf zit, maar hoeveel jaar cashflow nodig is om alle schulden af te lossen. Ons installatiebedrijf met een cashflow van 90.000 euro en 650.000 euro schulden scoort 13,8%, wat neerkomt op ongeveer zeven jaar. Gebruik deze cashflowvariant naast de balansratio uit dit artikel, niet in de plaats ervan.

Hoe banken de solvabiliteit gebruiken

Bij een kredietaanvraag is de solvabiliteit meestal het eerste cijfer dat een kredietanalist bekijkt, nog voor de winst: de aandeelhouders moeten voldoende eigen geld in het bedrijf hebben zitten voor de bank er geld naast legt. Concreet ziet u dit terugkomen in:

  • De eigen inbreng. Voor een investeringskrediet vraagt een bank doorgaans 20 tot 30% eigen inbreng, precies om de solvabiliteit na de investering op peil te houden.
  • Convenanten. Grotere kredieten bevatten vaak een clausule dat de solvabiliteit niet onder een afgesproken drempel mag zakken. Zakt ze toch, dan kan de bank het krediet opzeggen of de rente verhogen.
  • De rentevoet. Een hogere solvabiliteit betekent minder risico voor de bank en dus vaak een betere rente.

Kredietverzekeraars en leveranciers redeneren op dezelfde manier wanneer ze een kredietlimiet toekennen aan een klant. Wie op rekening levert, is tenslotte ook een kredietgever.

Hoe verbetert u de solvabiliteit?

Omdat de ratio een breuk is, kunt u aan de teller (eigen vermogen) of aan de noemer (balanstotaal) werken. Vier hefbomen, toegepast op ons voorbeeld van 32%:

Maatregel Effect op de balans Nieuwe solvabiliteit
Winst reserveren (50.000 euro niet uitkeren) Eigen vermogen 370.000, balanstotaal 1.050.000 35,2%
Kapitaalverhoging (100.000 euro inbreng) Eigen vermogen 420.000, balanstotaal 1.100.000 38,2%
Schulden afbouwen (200.000 euro terugbetalen met liquide middelen) Eigen vermogen 320.000, balanstotaal 800.000 40,0%
Achtergestelde lening (150.000 euro bankschuld vervangen door een lening van de aandeelhouder) Boekhoudkundig blijft het een schuld; banken tellen ze vaak mee als quasi eigen vermogen 32% op de balans, 47% in de blik van de bank

Winst reserveren is de traagste maar meest duurzame weg: het vraagt alleen discipline bij de dividendpolitiek. Een kapitaalverhoging werkt meteen, maar vraagt cash van de aandeelhouders en een notariële akte. Schulden afbouwen verlaagt uw liquide middelen, dus check eerst of uw current ratio dat aankan. Bij een achtergestelde lening aanvaardt de aandeelhouder dat de bank eerst wordt terugbetaald bij problemen; daarom tellen veel banken dat bedrag mee als quasi eigen vermogen, ook al staat het op de balans onder schulden.

Tip: kijk niet naar één jaar, maar naar de trend over drie tot vijf jaar. Een solvabiliteit die van 45% naar 28% zakt, is een groter waarschuwingssignaal dan een stabiele 22%.

Solvabiliteit opzoeken op Jaarrekening.be

U hoeft de berekening niet zelf te maken voor bedrijven waarmee u zaken doet. Zoek een bedrijf op via de bedrijfszoeker en open het tabblad Financiële kerncijfers. Daar vindt u de solvabiliteit voor elk neergelegd boekjaar, samen met het eigen vermogen, de schulden op korte en lange termijn en het balanstotaal, zodat u de evolutie over meerdere jaren in één grafiek ziet. Op het tabblad Overzicht verwerkt de Gezondheidsscore die cijfers mee in een score op 5. Sectorgenoten vergelijken op eigen vermogen doet u via uitgebreid zoeken.

Wilt u de solvabiliteit van uw eigen bedrijf of van een prospect meteen omzetten in een score? Gebruik dan de gezondheidsscore-tool: u vult eigen vermogen, balanstotaal en vier andere cijfers in en ziet meteen de score op 5.

Samengevat

Solvabiliteit berekenen is eenvoudig: eigen vermogen (code 10/15) gedeeld door totaal vermogen (code 10/49), maal 100. Boven 25% zit u in de comfortzone van de meeste banken, onder 15% wordt het moeilijk om krediet te krijgen, en negatief is een alarmbel. Lees het cijfer altijd in zijn sector en in zijn evolutie, en combineer het met de liquiditeit om te weten of het bedrijf ook morgen zijn facturen kan betalen.

Veelgestelde vragen

Hoe berekent u de solvabiliteit van een bedrijf?

Deel het eigen vermogen door het totaal vermogen (het balanstotaal) en vermenigvuldig met 100. In de Belgische jaarrekening vindt u het eigen vermogen onder code 10/15 en het totaal van de passiva onder code 10/49. Een bedrijf met 320.000 euro eigen vermogen op een balanstotaal van 1.000.000 euro heeft een solvabiliteit van 32 procent.

Wat is een goede solvabiliteitsratio?

Als richtwaarde geldt: minder dan 15 procent is zwak, 15 tot 25 procent is een aandachtspunt, 25 tot 40 procent is gezond en meer dan 40 procent is zeer sterk. Een negatieve solvabiliteit betekent dat het eigen vermogen negatief is en is altijd een alarmsignaal. De norm hangt af van de sector: vastgoedvennootschappen en kapitaalintensieve bedrijven werken vaak met lagere percentages.

Wat is het verschil tussen solvabiliteit en liquiditeit?

Solvabiliteit meet of een bedrijf op lange termijn zijn schulden kan dragen: hoeveel van de balans is gefinancierd met eigen geld. Liquiditeit meet of het bedrijf de facturen van de komende twaalf maanden kan betalen. Een bedrijf kan solvabel maar illiquide zijn, bijvoorbeeld als al het vermogen in gebouwen zit. Lees meer in ons artikel over liquiditeit berekenen.

Wat is de schuldgraad van een bedrijf?

De schuldgraad is het spiegelbeeld van de solvabiliteit: vreemd vermogen gedeeld door totaal vermogen, maal 100. Solvabiliteit en schuldgraad tellen samen op tot 100 procent. Een solvabiliteit van 32 procent komt dus overeen met een schuldgraad van 68 procent.

Hoe kunt u de solvabiliteit van uw bedrijf verbeteren?

Er zijn vier hefbomen: winst in het bedrijf houden in plaats van uitkeren, een kapitaalverhoging of inbreng door de aandeelhouders, een achtergestelde lening die banken als quasi eigen vermogen meetellen, en schulden afbouwen met overtollige liquide middelen. Die laatste optie verkleint het balanstotaal en verhoogt de ratio zonder dat er nieuw geld nodig is.

Check de solvabiliteit van een bedrijf

Zoek een Belgisch bedrijf op en bekijk de solvabiliteit, schuldgraad en eigen vermogen over meerdere jaren op het tabblad Financiële kerncijfers.