Een nieuwe klant bestelt voor 60.000 euro en vraagt 60 dagen betalingstermijn. Zegt u ja? En wat als hij volgende maand nog eens 60.000 euro bestelt terwijl de eerste factuur nog openstaat? Een kredietlimiet beantwoordt die vraag vooraf, met cijfers in plaats van buikgevoel. Hier leest u hoe u ze zelf bepaalt, hoe u ze in een acceptatiebeleid giet en hoe de richtwaarde op Jaarrekening.be tot stand komt.
Waarom u een kredietlimiet per klant nodig heeft
Elke factuur met betalingstermijn is een renteloze lening aan uw klant. Gaat die klant failliet, dan krijgen gewone leveranciers in de meeste Belgische faillissementen weinig tot niets terug. De vraag is dus niet of u krediet geeft (in B2B doet u dat bijna altijd), maar hoeveel u maximaal wilt verliezen als het misloopt. Dat bedrag is uw kredietlimiet: het plafond van alle openstaande facturen op één klant, vervallen én niet-vervallen samen. Zonder limiet gebeurt wat elke boekhouder kent: een klant bestelt steeds meer, betaalt steeds later, en op de dag van het faillissement staat er zes maanden omzet open.
Vuistregels: eigen vermogen en omzet
Kredietverzekeraars gebruiken modellen met tientallen variabelen, maar voor een KMO volstaan twee cijfers uit de jaarrekening van de klant om een eerste vork te bepalen.
10 procent van het eigen vermogen
Het eigen vermogen is de buffer die de klant zelf in de zaak heeft zitten. Een limiet van ongeveer 10 procent daarvan betekent dat uw vordering nooit meer dan een tiende van die buffer opeet. Bij een negatief eigen vermogen geeft deze regel nul: dan levert u enkel tegen betaling vooraf.
5 tot 10 procent van de jaaromzet
Deze regel kijkt naar de omvang van de activiteit: een bedrijf met 2 miljoen euro omzet koopt jaarlijks misschien 1,2 miljoen aan bij leveranciers, dus 100.000 tot 200.000 euro open bij één leverancier is groot maar niet abnormaal. Let op: kleine vennootschappen met een verkort schema publiceren geen omzet, enkel de brutomarge. Hoe u die toch inschat, leest u in omzet van een bedrijf opzoeken. De twee regels geven zelden hetzelfde getal: ze vormen een vork, en de ratio's bepalen waar u binnen die vork gaat zitten.
Rekenvoorbeeld: een klant met 400.000 euro eigen vermogen
Stel: uw prospect heeft volgens de laatste jaarrekening 400.000 euro eigen vermogen, 2.000.000 euro omzet en een current ratio van 1,3. De vuistregels geven:
| Regel | Berekening | Limiet |
|---|---|---|
| 10 % van het eigen vermogen | 400.000 x 10 % | 40.000 euro |
| 5 % van de omzet | 2.000.000 x 5 % | 100.000 euro |
| 10 % van de omzet | 2.000.000 x 10 % | 200.000 euro |
Welk getal kiest u? De current ratio van 1,3 zegt dat de klant 1,30 euro aan vlottende activa heeft per euro kortlopende schulden: boven de minimumgrens van 1, maar niet ruim. De omzet is bovendien vijf keer het eigen vermogen, een dunne buffer voor die activiteit. Dan gaat u onderaan de vork zitten: 40.000 tot 60.000 euro als startlimiet, met een voorschot als een eerste bestelling daar boven gaat. Betaalt de klant een half jaar lang binnen de termijn, dan schuift u richting 100.000 euro. De 200.000 euro bewaart u voor klanten met een current ratio boven 1,5, een solvabiliteit boven 30 procent en een vlekkeloze betaalhistoriek.
Check liquiditeit, solvabiliteit en betaalgedrag
De vuistregels zeggen hoe groot de klant is; de ratio's zeggen of hij u ook effectief kan betalen. Drie checks, allemaal te vinden op het tabblad Financiële kerncijfers van een bedrijf:
- Current ratio (vlottende activa gedeeld door schulden op korte termijn): onder 1 heeft de klant op papier niet genoeg om zijn kortlopende schulden te betalen, dus ook niet uw factuur. Tussen 1,2 en 2 is gezond. Zie liquiditeit en current ratio berekenen.
- Solvabiliteit (eigen vermogen gedeeld door balanstotaal): onder 15 procent is de klant vooral met geld van anderen gefinancierd, en staat u achteraan in de rij. Meer in solvabiliteit berekenen, of bereken meteen een limiet met de kredietlimiet-tool.
- DSO of klantenkrediet in dagen: hoe lang de klant zelf op zijn geld wacht. Een DSO van 90 dagen bij een klant die u op 30 dagen moet betalen, is een structureel cashprobleem dat vroeg of laat bij u belandt. Zie de DSO-check.
Voeg daar uw eigen gegevens aan toe: het betaalgedrag van de klant bij u, de omvang van het contract en uw marge. Een klant met 40 procent marge mag meer krediet krijgen dan een klant met 5 procent, want bij wanbetaling verliest u bij de eerste vooral winst, bij de tweede vooral kosten.
Hoe Jaarrekening.be de kredietlimiet berekent
Op het Overzicht en het tabblad Financiële kerncijfers van elk bedrijf toont Jaarrekening.be een suggestie onder de naam Kredietlimiet. Geen zwarte doos: de berekening werkt in drie stappen, op basis van de laatst neergelegde jaarrekening.
- Drie basiscomponenten. De omzet (of bij een verkort schema een afgeleide van de brutomarge), het eigen vermogen en de EBITDA. Elk krijgt een gewicht: de omzet weegt het zwaarst, daarna het eigen vermogen en de EBITDA. Samen geven ze een ruw bedrag dat de omvang van het bedrijf weerspiegelt.
- Gezondheidsfactor. Dat bedrag wordt geschaald met een factor uit drie ratio's: solvabiliteit (referentie 40 procent), liquiditeit (current ratio, referentie 1,5) en netto rentabiliteit (referentie 15 procent). Elke ratio is afgetopt, zodat één uitzonderlijk sterke ratio de limiet niet kan opblazen als de andere twee zwak zijn.
- EBITDA-marge. Een positieve marge voegt tot ongeveer 30 procent toe, een negatieve marge haalt er tot 15 procent af. Het resultaat is begrensd op 10 miljoen euro en nooit negatief.
Het resultaat is een richtwaarde voor de totale open positie die u op die klant zou kunnen aanvaarden. Ze steunt uitsluitend op de jaarrekening, die bij het lezen al 7 tot 19 maanden oud kan zijn, en weet niets over uw contract, uw marge of het betaalgedrag van de klant bij u. Gebruik ze zoals een kredietverzekeraar zijn eerste schatting gebruikt: als startpunt dat u bijstelt met eigen informatie, niet als garantie.
Kredietlimieten in uw acceptatiebeleid
Een limiet werkt pas als iedereen in uw bedrijf ze toepast, ook de verkoper die net een mooie order binnenhaalt. Giet ze daarom in een eenvoudig acceptatiebeleid met drie kleuren, dat u aanpast aan uw eigen sector en marges:
| Categorie | Criteria | Kredietlimiet en voorwaarden |
|---|---|---|
| Groen | Solvabiliteit boven 30 %, current ratio boven 1,5, winst in de laatste twee boekjaren, jaarrekening op tijd neergelegd, normale juridische toestand | Volledige limiet (bovenkant van de vork), betalingstermijn 30 dagen, herziening bij de nieuwe jaarrekening |
| Oranje | Solvabiliteit tussen 15 en 30 %, current ratio tussen 1 en 1,5, wisselend resultaat, DSO boven 60 dagen, of een nieuwe klant zonder historiek | Halve limiet (onderkant van de vork), voorschot van 30 tot 50 % boven de limiet, kortere betalingstermijn, herziening om de zes maanden |
| Rood | Negatief eigen vermogen, current ratio onder 1, twee jaar verlies, jaarrekening te laat of niet neergelegd, gerechtelijke reorganisatie of andere afwijkende juridische toestand | Geen krediet: betaling vooraf of bij levering, eventueel bankgarantie of eigendomsvoorbehoud in het contract |
Leg vast wie een uitzondering mag goedkeuren en zet de limiet in uw ERP of facturatiesoftware, zodat een nieuwe bestelling automatisch geblokkeerd wordt zodra het openstaande saldo het plafond overschrijdt. Voor grote contracten kan een risicoanalyse per klant de beslissing onderbouwen tegenover uw bank of kredietverzekeraar.
Herzie de limiet en laat alerts het werk doen
Een kredietlimiet is een momentopname: de jaarrekening waarop ze steunt wordt ouder, en de klant verandert. Bouw daarom een vaste cadans in:
- Jaarlijks, bij de neerlegging van de nieuwe jaarrekening (voor de meeste bedrijven tussen juli en september): herbereken de vork en verplaats de klant naar de juiste kleur.
- Halfjaarlijks voor oranje klanten: kijk naar het betaalgedrag van de voorbije zes maanden en pas de limiet aan.
- Onmiddellijk bij een signaal: een betaling die meer dan 30 dagen te laat is, een bestuurder die ontslag neemt, een zetelverplaatsing, een gewijzigde juridische toestand of een jaarrekening die niet op tijd komt.
Dat laatste is handmatig niet vol te houden voor tientallen klanten. Met monitoring en alerts volgt u uw klanten en krijgt u een e-mail op de dag dat er een nieuwe jaarrekening, een bestuurderswissel of een statuswijziging verschijnt. De limiet die u in januari bepaalde, blijft dan niet ongemerkt staan tot de aanmaning terugkomt.
Samengevat
Bepaal per klant een plafond voor het totaal aan openstaande facturen. Start met 10 procent van het eigen vermogen of 5 tot 10 procent van de omzet, kies binnen die vork op basis van current ratio, solvabiliteit en DSO, en corrigeer met uw eigen betaalervaring en marge. De richtwaarde op Jaarrekening.be geeft dat startpunt in één oogopslag. Zet het geheel in een groen/oranje/rood-beleid, herzie het bij elke nieuwe jaarrekening en laat alerts de rest doen. Zo geeft u krediet aan wie het verdient, niet aan wie het hardst vraagt.